Razzia.

 

Het was Zaterdag 7 oktober 1944. Mijn vader was aannemer sinds 1924 hier in Maarssen.

Zijn opdrachtgever was Johannes Verdam die woonde  aan Maarssebroeksedijk te Maarssen.

De opdracht was een schuur te bouwen op zijn erf. De metselstenen die daarvoor nodig waren moesten zelf gehaald bij een bouwmaterialenzaak Pol en Vinck  te Utrecht. Dat gevestigd was midden in de stad achter de Jacobikerk.

Met de knecht Gert Breij ging mijn vader met paard en wagen naar Utrecht. In de stad aangekomen was er een razzia aan de gang. Alle mannen werden opgepakt.

Gert werd ook opgepakt en mijn vader zou dan met paard en wagen terug naar Maarssen moeten rijden zonder stenen. Hij kon dat helemaal  natuurlijk niet. Dus mijn vader moest achter blijven en Gert kon naar huis.

 

Nu het verhaal van mijn vader.

Dus opgepakt op het Vreeburg. Heel Stad Utrecht was af gegrendeld.

Alle mannen werden het Jaarbeurs gebouw in gedreven. Er waren er bij die een schop of een spa bij zich droegen. Onder tussen vlogen er Amerikaanse of Engelse vliegtuigen over de stad. En toen op pad. Een stel ‘Ouwe Knarren van de Wehrmacht leiden ons door de Viesstraat ,Potterstraat Voorstraat langs de Gasfabriek in de richting Hilversum.

De Domtoren sloeg  1 uur in de middag. Er waren mannen bij van boven de 50 jaar en jonge knapen van 17.Mijn vader was toen 46 jaar. Durch laufen werd regelmatig geschreeuwd door de Wehrmacht soldaten. Er waren een paar figuren, die begonnen te zingen.

o.a. Wij willen Holland houden en Voor Koningin en Vaderland.

Onze begeleiders lieten het maar toe.

Waar wij heen werden gevoerd ? Niemand had ook maar een flauw idee er van.

Het was aarde donker. Wij hadden ondertussen wel een heel stuk gelopen zonder ook maar iets te eten of te drinken. Op een zeker moment werden wij een smalle weg op gedreven. Het was een pier, want water klotste onder ons door. Wij zagen lichtjes branden en contouren van  een schip. Als haringen in een ton werden wij in de ruimen van het schip gepropt en varen maar. ’s Morgens om 7 uur konden wij op het dek een luchtje scheppen. Het was mistig en het schip lag stil. Het was Zondag en er werd wat scheepsbeschuit uitgedeeld. In de haven van Kampen gingen wij aan boord op platte vrachtschepen.De bevolking van Kampen heeft ons geweldig geholpen. Vrouwen en meisjes kwamen met fris water, brood, appels, lakens,  dekens en kleding. De schepen vertrokken richting Keteldiep.

De nacht door gebracht op het dek. Nicht Rauchen !!! Misschien zouden de vliegtuigen ons kunnen zien.In Zwartsluis aan gekomen over een mooie grindweg naar Meppel

En daar op een sportveld gedreven en persoonsbewijzen ingeleverd.

Door het Rode  Kruis werd er erwtensoep uitgedeeld. Dat smaakte uitstekend.

Er werden groepen gemaakt van honderd tot twee honderd man.Ik werd bij een boer in Nijenveen ingekwartierd. ’s Morgens om 7 uur gingen wij van uit Meppel naar Staphorst om in het boerenland tankvallen te graven.Tussen de middag en half uurtje schaften en 5 uur einde werktijd en weer terug naar de basis.

 

Van dat verblijf weet ik niets .Ook niet hoelang.

Maar op dag  kwam er een vrachtwagen met de heer Henk van Elst als chauffeur uit

 Maarssen aan. De bekende bode van Maarssen. Hij  had de opdracht botervaten te komen ophalen. Mijn vader is toen mee terug gereden naar Maarssen. Maar bij de brug van Deventer stonden de Duitsers te controleren. Dat werd dan een beetje gevaarlijk. Dan maar zich verstoppen tussen de botervaten. Het was gelukt. Op naar Maarssen.

 Om 4 uur ’s nachts stond hij weer voor de deur. Toen mijn vader weg was,mochten wij kinderen om beurten bij mijn moeder slapen. Dat was natuurlijk gauw afgelopen. Ik kon weer naar mijn eigen bed. Voor een nieuw persoonsbewijs heeft politieagent Huisstede gezorgd. Dat heb ik nog.

 

 Han Brinkhof

Maarssen  

 

Onschuldig op Wolvenplein. 

Het was Zondag 7 januari 1945. Ik was 8 jaar. Maar ik kan me van het voorval nog veel herinneren. Mijn vader was naar de kerk naar de Mis van 10.00 uur.Omstreeks die tijd kwamen er 6 tal Duitsers  inval doen in ons huis Bolensteinscheweg  nr 7, genaamd Vijselhove. Met de bekende spreuk op de luifel; Jan bedenck’t, Piet volbreng’t,  Klaesgien laeck’t, Ach wat maeck’t 

Mijn moeder, mijn zus en ik waren thuis met broer Jan net 3 jaar. 

Zij vroegen waar mijn vader was,maar dat wist mijn moeder natuurlijk niet. Zij dachten dat er wapens in ons huis verborgen lagen. Alles hebben zij  overhoop gehaald. Wij hadden boven grote inbouw kasten. Helemaal leeg gehaald. Er stond ook een ton met meel voor brood. Met hun handen er door heen gehaald. Dus het zag er niet uit daar boven. Maar niets gevonden.  Zij dropen af zonder iets gevonden te hebben. 

Maar er bleef 1 mof met geweer “gezellig” bij ons in de kamer zitten. Wachten op mijn vader, die moest mee voor verhoor.Dat was op Wolfshoek, daar zat de grote baas, De Ortscommandant.Of mijn moeder hem een surrogaat kop koffie aangeboden heeft ,dat weet ik niet meer. Dat zal wel niet. Maar waar bleef mijn vader. 

Toen hij uit de kerk kwam hebben een paar kinderen hem verteld dat er moffen bij  ons in huis waren en dat mijn vader niet naar huis moest gaan.Hij is toen naar Piet van de Hoven de bakker op de Schippersgracht gegaan om te wachten, totdat de kust veilig was. Van de Hoven is toen met een half broodje naar ons toe gekomen om dat te brengen. 

En gelijk even kijken wat er aan de hand was. Toen hij dat vernomen had, wilde hij weer weg gaan. Maar mooi niet. Lekker gewoon blijven zitten tot mijn vader terug zou komen. Maar op laatst dacht mijn vader ,ik zal maar naar huis gaan, want wij kunnen de bakker er toch ook niet bij betrekken. Zo gauw mijn vader het hekje door kwam, stoof die mof naar buiten en gelijk mee naar Wolfshoek.  Niks gedag  zeggen. Als een boef mee.Maar waarom was mijn vader een verdachte. Wat was er gebeurd. Bij het cafe van Verkuil op Straatweg, vlak bij onze werkplaats, was er een deal gesloten. Met een Duitser die uit het leger wilde stappen. Hij  heeft zijn spullen, o.a. geweer en tenue geruild voor burger kleren.Dit voorval hebben twee kinderen gezien .De moeder van deze jongens hield het met de Ortscommandant in Wolfshoek.  Die vrouw heeft op de Schippersgracht gewoond. Die jongens vertelde dat het bij de werkplaats van Brinkhof was gebeurd. Zo kwamen die Duitsers bij mijn vader terecht. Mijn moeder heeft die vrouw in Wolfshoek zien staan bij die commandant op het buro. Zij wilde wel eens weten ,wat er aan de hand was. Van die ontmoeting daar weet ik niets. Vader is op 8 jan afgevoerd naar de gevangenis en wel naar Wolvenplein in Utrecht. Kapelaan Vendrik en Mijnheer v.d Akker van Kopergieterij aan de Stationsweg hebben er alles aan gedaan om mijn vader vrij te krijgen. Al die verhoren haalde niets uit, want mijn vader wist nergens van. 

Wat er gebeurd was hoorde wij later van Art van Eck, de verzetman op de boerderij aan de Straatweg, die is bij die ruiling betrokken geweest Uit eindelijk is mijn vader vrij gekomen op 18 jan,1945. Ik heb Éntlassensungschein in mijn bezit. 

 

De 25 gulden en 16 cent die mijn vader bij zich had heeft hij terug gekregen. 

Erg aardig vind U niet. 

 

Dit is een oorlogsverhaal ,dat mij heel erg is bij gebleven.  

 

Han Brinkhof 

Maarssen